WALKING SOLO

  • Jenneke 

Als ik vanmiddag ga wandelen maak ik een praatje met de buurvrouw die in de tuin aan het werken is .Het gebeurt niet vaak meer mensen ‘live’ te spreken en we houden zeker 2 meter afstand. Haar kinderen spelen buiten op de stoep met vriendinnetjes, het is prachtig weer. De kinderen hoeven nog geen afstand van elkaar te houden en mogen nog gewoon spelen zolang ze niet met teveel bij elkaar zijn. In de tuinen van de huizen waar ik voorbij loop hoor ik overal lachende kinderen, De scholen zijn gesloten en ze zijn blij dat ze naar buiten kunnen. Verder is het stil op straat en er komt maar af en toe een auto voorbij. Ik sla linksaf en loop de polder in waar ik meteen de ijskoude wind voel. Er lopen her en der mensen die hun hond uitlaten. De meesten alleen, af en toe met z’n Tweeën, druk pratend over, hoe kan het ook anders; Corona. Een invalide man roept me en vraagt of ik hem kan helpen oud brood in de voerbak van een paard te doen. Ik twijfel, is dit wel verstandig? Als hij mijn twijfel ziet gaat hij achteruit zodat ik het brood kan pakken zonder bij hem in de buurt te komen. Ik help hem en loop verder de polder in, een smal paadje op dwars door de landerijen. Een boer ploegt z’n land en de geur van verse grond dringt m’n neus binnen. Zwermen meeuwen doorzoeken de net omgeploegde grond.

De paarden in de wei komen nieuwsgierig kijken wat ik sta te doen met m’n boekje, pen en fototoestel. Mijn wangen gloeien inmiddels van de kou ondanks de zon die fel aan de wolkeloze hemel staat. Ik ben al een tijd onderweg en besluit terug te gaan. Even verderop kom ik een moeder tegen met twee vrolijk kwetterende kinderen op het verder verlaten pad. Anderhalve meter afstand gaat hier echt niet lukken en koortsachtig denk ik ‘hoe dan?’ iets waar ik twee weken geleden geen seconde over nagedacht zou hebben. Als ik eenmaal achter de bomen loop uit de wind is het weer heerlijk en de zon schijnt in m’n gezicht. Ik geniet van de frisse lucht,de helblauwe hemel en de stilte. Waar ik normaal om de haverklap de berm in moet springen voor passerende auto’s kom ik nu precies één auto tegen. Halverwege word ik nog getrakteerd op een jagende buizerd die eerst bijna doodstil in de lucht hangt en dan met een Noodgang naar beneden duikt om z’n prooi te vangen. Achter me hoor ik een vader praten tegen z’n zoontje in de kinderwagen, over de traktor en de schaapjes en het paardje.

Ik mis Sophie die ook zo geniet van buiten zijn en dieren en bloemen. Tot 1 juni nog, voorlopig. Gisteren is het contact verbod verscherpt en verlengt van 6 april tot 1 juni.

Na anderhalf uur ben ik terug thuis waar ik nog een kop koffie drink in de zon in mijn tuin voor ik me weer opsluit in huis met m’n boeken, Marie Kondo, m’n schrijf- en tekengerei, computer en de TV voor het laatste nieuws; 63 extra doden vandaag…..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *